Sponsorbeleid basisschool De Muldershof

Sponsoring

"Bij sponsoring gaat het om geld, goederen of diensten die een sponsor verstrekt en waarvoor een tegenprestatie wordt verlangd, waarmee leerlingen en/of ouders in schoolverband worden geconfronteerd".

 

Om de sponsoring in de hand te houden stelden het Ministerie en de

onderwijsorganisaties een sponsorconvenant op. Op stichtingsniveau (Eenbes) is er beleid ontwikkeld m.b.t. sponsoring. Dit beleid is door de GMR akkoord bevonden.

 

Als school hebben wij samen met de MR-sponsorbeleid geformuleerd dat passend is binnen het vastgestelde stichtingsbeleid. Schenkingen vallen niet onder het begrip sponsoring.

 

Bij sponsoring kan bijvoorbeeld worden gedacht aan:

  • Gesponsorde lesmaterialen (lesmaterialen zoals lesboekjes, video’s, folders, posters en spellen);
  • Sponsoren van activiteiten (voor het organiseren van schoolfeesten, sportdagen, schoolreisjes);
  • Sponsoren van gebouw/inrichting/(computer)apparatuur.

 

Tegenprestaties

Bij tegenprestaties kan bijvoorbeeld gedacht worden aan:

  • Advertenties (scholen bieden de mogelijkheid om te adverteren bijv. in hun schoolkrant, mailbrief of op prikborden);
  • Uitdelen van producten (winkels, bedrijven en instituten delen op school producten uit om leerlingen of hun ouders deze producten te laten proberen). Ook het aanprijzen van goederen of diensten komt voor.

 

Uitgangspunten

Aan het convenant liggen vier belangrijke uitgangspunten ten grondslag:

  • Sponsoring moet verenigbaar zijn met de pedagogische en onderwijskundige taak en doelstelling van de school. Er mag geen schade worden berokkend aan de geestelijke en/of lichamelijkegesteldheid van leerlingen. Sponsoring moet in overeenstemming zijn met de goede smaak en het fatsoen, mag niet inspelen op gevoelens van angst of bijgelovigheid en mag niet misleidend zijn. De sponsor mag geen voordeel trekken uit onkunde of goedgelovigheid van leerlingen;
  • Sponsoring mag niet de objectiviteit, de geloofwaardigheid, de betrouwbaarheid en de onafhankelijkheid van het onderwijs, de scholen en de daarbij betrokkenen in gevaar brengen;
  • Sponsoring mag niet de onderwijsinhoud beïnvloeden, dan wel in strijd zijn met het onderwijsaanbod en de kwalitatieve eisen die de school aan het onderwijs stelt;
  • Sponsoring mag niet de continuïteit van het onderwijs beïnvloeden. Het uitvoeren van de wettelijk opgedragen kernactiviteiten mag niet afhankelijk worden van sponsormiddelen.

 

Het bevoegd gezag is eindverantwoordelijk voor hetgeen binnen het verband van de schoolorganisatie plaatsvindt, ook al gaat het bevoegd gezag niet zelf rechtstreeks verplichtingen met de sponsor aan. Het bevoegd gezag bepaalt immers of het verantwoord is leerlingen te confronteren met de tegenprestatie die de school en de sponsor hebben gekozen.